suikerziekte, diabetes mellitus

Komt zeer regelmatig voor bij katten en honden

 

Komt zeer regelmatig voor bij katten en honden.

Te dikke dieren en niet-gesteriliseerde honden hebben een vergroot risico.

 

Normale situatie_________________________________________________________________

Normale regulering van glucose (bloedsuiker) gebeurd o.a. door de

insuline. Insuline wordt gemaakt in de pancreas (alvleesklier).

De insuline zorgt ervoor dat de glucose in het bloed de cellen in kan

gaan waar het nodig is. De insuline zorgt daardoor voor verlaging van

de bloedsuiker.

 

eten→glucose↑→insuline→glucose gaat in cel →glucose weer normaal

Ook speelt insuline een grote rol bij de vet- en de eiwitstofwisseling.

 

Bij suikerziekte is er een tekort aan insuline, het gevolg is een afwijkende

koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling. Door het tekort aan insuline kan

de bloedglucose niet de cel in. De cellen (het lichaam) blijvenvragen om

meer glucose en het dier is dus hongerig. Maar alle suiker blijft in het bloed

en kan niet komen op de plaatsen waar het zo hardnodig is.

 

Het glucose van het bloed is dan verhoogd, er ontstaat vaak een hyperlipemie (teveel vetten in het bloed)

en vorming van ketonlichamen (dit is het afvalprodukt van de gestoorde vetstofwisseling en veroorzaakt

o.a. braken en slechte eetlust) en kan voor een ernstige complicatie zorgen: keto-acidose.

 

 

Symptomen_____________________________________________________________________

veel drinken en plassen

(zeer) goede eetlust

vermagering

spierzwakte, doorgezakt lopen, niet meer goed springen

doffe verviltende vacht

regelmatig braken.

In het oog kan cataract optreden (plots blind) en ulcers op het hoornvlies,

ook ontstaat er vaak een subklinische oogontsteking(uveitis).

verhoogde kans op urineweginfecties

kans op pancreatitis als oorzaak of als gevolg, ook exocriene pancreatitis insuffincientie mogelijk.

 

 

Oorzaken_______________________________________________________________________

* ) te dik zijn. Hierbij geldt vaak dat er een teveel aanvoer is van eten en dus glucose. Hierdoor kan er

uitputting optreden van de productie van insuline in de pancreas, waardoor dus op gegeven moment te

weinig of geen insuline meer wordt geproduceerd.

*) glucocorticoiden, deze kunnen gegeven worden in het kader van een nodige therapie. Echter een

complicatie kan zijn het ontstaan van suikerziekte. Glucocorticoiden verhogen de glucose in het bloed,

hierdoor is er gevaar op uitputting van de insulineproductie.

*) pancreatitis (alvleesklierontsteking). Soms is de ontsteking beperkt tot een klein deel en wordt het

niet opgemerkt, maar geeft wel het gevolg diabetes mellitus.

*) niet-gesteriliseerde hond, na elke loopsheid volgt er een langdurige progesteronfase, deze zorgt

weer voor een verhoging van het groeihormoon waardoor de glucose in het bloed verhoogd wordt. Dit

kan uiteindelijk leiden tot uitputting van de eilandjes van Langerhans.

Vaak ziet men dat zoín 3 a 4 weken na de loopsheden dat de hond meer gaat drinken, dit verdwijnt dan

weer om na een volgende loopsheid te verergeren, totdat op gegeven moment de suikerziekte blijvend

wordt.

*) andere oorzaken zijn idiopathisch (dwz onbekend)(vaak bij volwassen dier) of congenitaal (aangeboren)

en zelden is er sprake van een actieve tumor in de hypofyse (deze produceert dan groeihormoon).

 

 

Diagnose_______________________________________________________________________

De diagnose wordt gesteld door urineonderzoek (glucose in de urine) en een bloedonderzoek.

In het bloed is de glucose te hoog. De fructosamine is ook te hoog. Deze fructosamine geeft aan dat de suiker

al langer dan 1 a 2 weken verhoogd is. Hierdoor wordt in principe andere oorzaken van glucose verhoging

(bv stress) uitgesloten.

 

Op het moment dat de glucose verhoogd is in het bloed, hoeft het nog niet te betekenen dat de suikerziekte

al manifest (blijvend) is. Het kan zijn dat het een potentiŽle suikerziekte is (dus nog in ontwikkeling).

Een potentiŽle suikerziekte kan nog verdwijnen als men de oorzaak weghaalt (dus bv sterilisatie bij de hond

of het laten afvallen van het dier).

Hier begint met wel ook met geven van insuline, maar er zal steeds minder nodig zijn. Ook bij de kat is er

een kans dat de suikerziekte verdwijnt als hij nog niet zo lang aanwezig is en goed gereguleerd wordt.

 

 

Therapie________________________________________________________________________

 

* insuline

Dit gebeurt door 1 of 2x daags een injectie te geven onder de huid.

*bloedsuikercontroles.

Er zullen zeker in het begin regelmatig bloedsuikercontroles moeten plaatsvinden. Deze kunnen eventueel

thuis worden gedaan.

De bloedcontroles zijn belangrijk om 2 redenen:

*natuurlijk om de goede hoeveelheid insuline in te stellen

*maar ook omdat er kans is dat de suikerziekte verdwijnt. Als de suikerziekte aan het verdwijnen is en je

geeft toch dezelfde hoeveelheid insuline kan er een gevaarlijke hypoglycemie ontstaan.

* Als de suikerziekte goed gereguleerd lijkt te zijn, is het zeer belangrijk om minimaal 1x per 3 maanden

een bloedsuikercontrole te blijven doen.

 

Voor katten zijn er zijn twee soorten insuline, nl de canisuline met een middellange werkingsduur en de

lantus met een langdurige werking.

De canisuline is geregisteerd voor gebruik bij huisdieren, de lantus is niet officieel geregisteerd, maar werkt

erg goed bij katten. Het voordeel van de lantus is dat vaak blijkt dat de suikerziekte veel beter gereguleerd

wordt, waardoor er meer kans is dat de suikerziekte verdwijnt.

Bij de lantus insuline is er minder kans op een hypoglycemie(soms hoeft de lantus maar 1x daags gegeven

te worden, alhoewel het wel altijd beter is om 2x daags te ge ven. (bij canisuline můet het 2x daags).

Als men lantus gaat gebruiken is het noodzakelijk om thuis de glucosecontroles te kunnen uitvoeren.

Voor de canisuline is dit niet noodzakelijk, alhoewel het wel altijd fijner en goedkoper is.

 

*Speciaal voer. Het md van hillís of de diabetic van Royal canin zijn speciaal ontwikkeld voor

suikerziektepatienten. Het suiker uit het voer wordt gereguleerder afgegeven waardoor er geen

piekwaardes in het bloed zullen verschijnen. Hierdoor wordt de glucose in het bloed al lager,

meestal is er wel ook insuline nodig, maar minder.

Voor een goede regulatie is het essentieel dat de voerporties op vaste tijdstippen worden gegeven en

dat alle porties hetzelfde zijn van soort en omvang!

Dus afgemeten porties en geen verandering van dieet en geen tussendoortjes.

Hier zijn eventueel speciale voerbakjes voor te koop.

 

Controles door de dierenarts_______________________________________________________

 

  • ivm de instelling van de insuline

-Indien het bloedprikken thuis niet lukt

-Indien men geen goede regulatie van de glucose krijgt

Indien de glucose niet goed wordt gereguleerd, dus toch nog vaak te hoog is, is het belangrijk de oorzaak

te zoeken.

Mogelijk is er verder onderzoek nodig, bv naar de ziekte van Cushing, hierbij is er vaak ook een te hoog

glucose. Deze reageert dan niet op het geven van insuline of pas bij heel grote hoeveelheden.

Mogelijk is er een verandering van aanpak nodig.(bv er kan Somogi-effect meespelen of een tweede

ziekte, misschien is er een ander eetpatroon of voer nodig of een ander tijdstip voor de insuline-gift)

 

Ook het maken van een dagcurve is dan erg belangrijk.

Hierbij meet men de bloedglucose vlak voor het eten en daarna elke 1 Š 2 uur gedurende de hele dag.

Aan de hand van deze curve kunnen er conclusies worden genomen door de dierenarts.

 

  • Bloedonderzoek op fructosamine en kalium

* Fructosamine: de hoogte van deze waarde kan uitwijzen of de suikerziekte goed gereguleerd lijkt te

worden of niet. Als de glucose toch nog regelmatig te hoog is buiten de gewone glucosemetingen, zal de

fructosamine ook te hoog zijn.

* Kalium: door de suikerziekte is meer verlies van kalium.

Lagere kaliumwaardes in het bloed kan zeer gevaarlijk zijn, het geeft eerst spierzwakte, later ook een

te trage hartslag en de dood kan volgen.

 

  • urine kweek bacteriŽle infectie

Bij diabetes is er een verhoogde kans op urine weginfecties, ook als de diabetes goed wordt gereguleerd.

Deze bacteriŽle urineweginfecties zijn vaak subklinisch en ook het routinematig urine onderzoek is vaak

niet afwijkend. Alleen een kweek wijst uit of er wel of geen infectie aanwezig is.

De urine wordt afgenomen middels een buikpunctie. Hier voelt het dier niets van.

 

  • Onderzoek op pancreatitis bij de hond

Een subklinische pancreatitis (alvleesklierontsteking) komt vaak voor. Subklinisch, dus zonder symptomen.

Met behulp van een bloedonderzoek kan hier op gescreened worden.(cPLI).

 

Prognose________________________________________________________________________

Als we er tijdig bij zijn is er zelfs een kans dat de suikerziekte nog verdwijnt.

Maar als hij toch blijvend is en goed wordt gereguleerd en er geen complicaties optreden is de prognose

erg goed.